Het beogen van veiligheid zal niemand afkeuren.

Vandaar dat overheden in het algemeen daar graag mee schermt.

Hun streven hierin wordt weliswaar  binnenlands  beperkt door het individuele  vrijheidstreven van hun onderdanen maar voor dreigingen vanuit het buitenland geldt die rem nauwelijks. Daar kan een nationaal beroep op veiligheid grote financiële offers  dragen en om dat weer te verantwoorden wordt vaak een bedreigend buitenland aangewezen en geprovoceerd.

Hoe bedreigend geldt dit bedreigende buitenland voor Israël?

Zeer bedreigend vanaf begin (1950) naar afzwakkend nu (2020)

Wie zijn de bedreigers? = Resp. Palestijnen/ Arabieren/ Iran.

Wie bepaalt de sterkte? = Degene die politiek gezien de bedreiging het meeste nodig heeft . Dat was eerst Israël, later  werden dat de Palestijnen.

En juist nu heeft Israël weer een grotere bedreiging nodig  omdat de onontbeerlijke vetosteun van USA in de Ver. Naties. ophoudt met het waarschijnlijke verlies van Trump in nov 2020. Israël hoopt voordien een nabije herriehaard te elimineren, n.l. de lastige  Palestijnse West-Bank en beoogt dit te bereiken via annexatie.

De internationale oppositie hiertegen is groot: Ver. Naties, EU., Rusland, Arabische landen enz. Dat blijft het Palestijnse kamp in zijn verzet steunen.

Wat zou er dan voor pleiten om toch de West Bank te annexeren?

En dan zijn we weer terug bij ”veiligheid”, het gevoel dat Netanyahu zijn landgenoten weet te bieden wat zij van hem verlangen, terwijl het hem bovendien als prime minister in het zadel kan houden en de aanklacht tegen hem voorlopig zal uitstellen.

Of dat veel invloed zal hebben op de toekomst van Israël, laten we het daar een volgende keer over hebben.  Arnout