De inname van Tyrus door Alexander in 332 v.Chr. geeft een beeld van de tactiek die hij toepaste om in zo’n korte tijd (hij stierf 33j.oud) zijn wereld te veroveren. Onder de indruk van zijn reputatie kozen Byblos en Sidon voor overgave. Dat impliceerde een jaarlijkse schatplicht maar wel behoud van autonomie. Tyrus, de gtootste stad van de PHoeniciërs (40.000 inwoners) voelde zich ijzersterk. Zelfs Nebuchadnezzar liet de stad gaan na een beleg van driejaar. Dat was drie eeuwen tevoren. Het was een eilandburcht vóór de kust (ter hoogte van het huidige Libanon); ommuurd tot aan de watergrens; met een rijke dochterstad, Carthago. Zij gooiden Alexanders opdringerige afgezanten over de muur in zee. Toen besloot Alexander, kostte wat kost de stad in te nemen. Na Egypte, zijn eerste doel, moest hij immers weer via de Phoenicische kust terug om dan Perzië te veroveren.

Het kostte hem zeven maanden en het aanleggen van een dijk naar dat eilandje. Toen zijn troepen daarmee de stad konden overrompelen bleef daar weinig van over: meisjes en vrouwen naar de slavenmarkt; mannen afgemaakt), de muren gesloopt en de stad in brand gestoken.

De dijk bleef bestaan tot op de dag van heden. Als Tyrus stand had gehouden was het waarschijnlijk met Alexander gebeurd. Maar toen kwamen afgezanten van Egypte tot zelfs van het machtige Perzië naar hem toe met vredesaanbiedingen. Alexander stelde zijn eigen condities . Dit alles baarde naast angst ontzag en vulde zijn legers met bewonderaars. Het ene land na het andere zwichtte voor Alexanders eisen.


Als ISIL eenzelfde succes voor ogen heeft is het goed te bedenken: Alexander had charisma, ISIL dwang, tucht en terreur. Daarmee houd je misschien wel even een leger onder controle maar geen wereldrijk.

Alexander liet drie kibbelende generaals na, de Diadochen, die het rijk uiteindelijk verdeelden. Het belangrijkste deel, geregeerd door de Seleuciden, hield het nog twee eeuwen vol, tot de komst van de Romeinen in het Midden Oosten, 100 v. Chr.

Groeten Arnout

Je wordt automatisch geattendeerd via email en mijn blog is ook bereikbaar via mijn website www.arnoutgischler.nl