I.v.m. vakantie van mijn ICT vriend, blog ik deze post wat eerder dan normaal.

Tussen Antiochië en Aleppo pikken wij onze pelgrim uit ’t einde van de achtste eeuw weer op in zijn zorgelijke tocht over het heuvelige, kale steppenland van noord-west Syrië, verschroeid in zinderende zomers of, zoals nu, gezandstraald door ijzige lentestormen. Als de nacht valt is de wereld verloren. Nooit is de onvol­maaktheid van de mens volmaak­ter dan in angst en eenzaam­heid. Deze vreemde wereld zou toch herkenbaar moeten zijn als tafe­reel van goddelijke openbaring! De mens in dit landschap zou toch doorlopend moeten stoten op troostende inspiratie.Juist daar in die dorre noord-westhoek van Syrië leefde Simeon de laatste 36 jaar van zijn leven (A.D.398 – 459) op een plateautje bovenop een zuil. Toen al drongen honderden mensen erheen om hem raad te vragen, om hem aan t raken. Hij liet de zuil verhogen tot 12 meter. Later tot 18m. Na zijn dood liet de Byzantijnse keizer Zeno een koepel met basiliek bouwen over die zuil heen, zo groot als de Aya Sofia in Constantinopel en in dezelfde tijd gebouwd. Toen kwamen er hospitia bij voor de duizenden bedevaartgangers. Onze pelgrim werd opgevangen in een hospitium, uitgeput. De volgende dag bezocht hij de basiliek met de 18 meter hoge zuil onder de gigantische koepel. Net zo prachtig als wat hij in Constantinopel zag. Maar dát was in de hoofdstad van de hele christenheid en hier : zo maar in het kale landschap. Een wonder van architectuur. Zoiets bestond in het hele christelijke Europa nog niet en ’t was gebouwd in 40 jaar tijd ( A.D. 500 – 540); voor onze pelgrim al meer dan tweehonderd jaar oud. En hij keek naar de top van die zuil en de moed begaf hem, leunend op zijn pelgrimsstaf, verkleumd van de kou. Maar de geest van Simeon daalde af van dat hoge plateautje: “Kom op! Jerusalem nog slechts 684 KM”.

Hierboven een tekening van de basiliek van St Simeon met omlijning van deze enorme kerk zoals zij er eens moet hebben uitgezien, in oppervlak gelijk aan de Aya Sophia in Constantinopel.