Vanaf Constantijn (keizer, A.D. 306-337) was het christendom gelegaliseerd in het hele Romeinse Rijk. Tenslotte, in 363, werd het per decreet door keizer Jovianus verheven tot rijksgodsdienst. Dat was een uitnodiging aan alle rijksgenoten om erbij te horen en massaal meldde men zich aan als christen. Even moeiteloos gingen vele christenen vierhonderd jaar later in de chalifaten weer door naar islam. Van de moed die in de eerste drie eeuwen nodig was om christen te zijn was niet veel meer over. Dat gemis leidde ertoe dat veel principiële christenen zich terugtrokken in de woestijnen, wars van alle hypocrisie, op zoek naar het ware heil. Anachoreten werden zij genoemd. Tienduizenden waren het. Weer anderen gingen in filosofische bronnen op zoek naar de geheimen van het geloof, gemonopoliseerd door de kerken en geborgen in de kloosters. Daaruit groeiden theorieën en opinies die in de hele Romeins-christelijke wereld grote onrust baarden. De keizers trachtten dit onder controle te houden door patriarchen en bisschoppen in concilie te laten beslissen wat orthodox was en wat niet. Dat laatste, dus ketterij, werd gestraft en verbannen: Nestorianen, Jacobieten, Armeniërs, Kopten en ook Joden – man, vrouw en kinderen – waren niet langer welkom in het keizerlijke christendom. Zij allen vonden bescherming bij de islam.

Vanuit eigen huis nam de islam niet veel anders mee dan de Koran en wijsheid ontleend aan een omgeving van oude culturen. Voor al het andere wat nodig is om een wereldrijk te besturen was deskundige hulp onmisbaar. Hun nieuw ondergeschikten boden het aan en allereerst natuurlijk de verketterde christenen en de joden,.

Welnu, de nieuwe chaliefen waren behoorlijke werkgevers en honoreerden hen met het nodige geld en gezag: joodse professoren aan universiteiten van Baghdad, Toledo, Cordoba; Jacobitiesche vertalingen van de klassieke Griekse filosofie; Armeense bouwmeesters voor hun paleizen en moskeeën; christelijke wazirs (ministers) in hun regeringen; Hindu wiskundigen voor hun astronomie enz . Zelfs de orthodoxen deden mee: de organisatie van het pelgrim toerisme en b.v. als wijnboeren (immers moslims mochten geen alcohol verhandelen)

Zo ontstond een rustig conservatief moslim bewind dat een hoge graad van economisch en sociaal succes bereikte en het christelijke westen cultureel en intellectueel ver vooruit was.