De Arabische eruditie van de opvolgers van Haroen had het christelijke Europa nog niet verder bereikt dan de stadsstaten aan de Middellandse Zee. In het grootste deel van Europa leefde het volk nog ondergeschikt aan een fundamentalistische clerus en ridderstand. Die was edelmoedig en ambitieus maar niet verdraagzaam. Met die eigenschappen hebben zij toch Spanje onder christelijk controle kunnen brengen. Dat heeft wel 5 eeuwen gekost. In de bijna vier eeuwen waarin het schiereiland onder Moors bewind stond, was het tot bloei gekomen. De cultuur van het Omayade khalifaat bouwde wereldsteden van het hoogste niveau: Sevilla, Cordoba, Grenada. Het installeerde een uitgekiend irrigatiesysteem en plantte olijfbomen, dadelpalmen en sinaasappelen. Het tolereerde autochtone christenstaatjes in hun midden en joden voeren er wel bij in aanzienlijk functies en posities. In begin 14e eeuw gingen Sevilla en Cordoba verloren aan christenen uit het noorden. Grenada hield nog stand tot 1492. Toen tekende Ferdinand II van Aragon en Isabella het Verdrijvings Edict: alle joden werden gedwongen zich te bekeren of Spanje te verlaten, met achterlating van hun goud, zilver en geld. Velen vluchtten. Zij werden opgevangen door moslim landen met name door Ottomaans Turkije. Ik schrijf dat hier zo nadrukkelijk omdat “het Midden Oosten van NU” moslims juist ziet als tegenstanders van joden. Welnu, niets is minder waar. Dat zullen we ook weer tegen komen in onze volgende blogs. Tot dan. Arnout