Rond om het oosten van de Middellandse Zee wisten de christenen
de contacten met de moslims vast te houden
in handel en gesprek. Van de Europese christenen deden dat slechts de
stadsstaten aan de Middellandse Zee. Landinwaarts overheerste een agressiever ideaal:
om God te dienen door tegen Zijn aardse vijanden te vechten. Het was niet het
begin noch het einde van godsdiensttwisten, maar het werd wel een lange periode
van escalatie die zich voortzette in de Kruistochten. “Een langdurige daad
van onverdraagzaamheid in de naam van God, een zonde tegen de Heilige
Geest” noemt Steven Runciman het, de schrijver van “A History of THE
CRUSADES”. En wie waren toen die vijanden van God: “de beestachtige
Seljukse Turken, de overweldigers van het heilige land (A.D.1070 –
1090), de moordenaars van onze pelgrims”. Maar ook de Joden, “de
moordenaars van Gods zoon zelf”. Dan claimt de mens een goddelijk aureool
dat het meest onmenselijke krijgsgeweld verhult waarin alle monotheïsmen,
zonder uitzondering, nu en dan verzeild raken. Voordien vochten de goden hun onderlinge
geschillen zelf uit in hun eigen hemel onder toeziend oog van Zeus, Jupiter, of
Wie dan ook. Sindsdien hebben mensen het
oordeel over die Ene God aan zìch getrokken met alle consequenties van dien. Ach!
Konden wij dat geharrewar maar weer naar een Olympic Summit verwijzen.

En ook nu weer
moet God mens’ eigen gelijk dienen in een aards internationaal
conflict.

Tot
volgende week, Arnout.