Volledig in
tegenstelling tot het christendom kon Visser ’t Hooft, tijdens het hele
(Beirut 1966) symposium, bij de islam geen enkele
bezieling ontdekken, zelfs geen vernieuwende ambities. Het leek allemaal
muurvast te zitten. Toch jammer, vulde ik aan, dat juist in deze periode van
verschraling in de islam, de christenen in het Midden Oosten geen toekomst zien
en massaal vertrekken en ik memoreerde talloze emigraties van hele dorpen tegelijk. Dit bracht ons gesprek op Arnold
Toynbee, de Engelse historicus. Zojuist had hij zijn Study of History in
twaalf delen afgerond, waarin hij de rol van religie in
het ontstaan en de ondergang van beschavingen onderzoekt. Zijn voordrachten trokken
wereldwijd belangstelling. In het aanvullende
Civilization on Trial wijdde hij een hoofdstuk aan: ISLAM,
de WEST en de TOEKOMST. Juist op het symposium was dat een belangrijk thema. Islam is niet alleen een religie maar tevens de
begeleidende beschaving, waarvoor de Islam in de Koran de specifieke regels dicteert. Die regels, uit de 7e
eeuw, worden vooral de laatste twee eeuwen achterhaald door de gigantische
wetenschappelijke en technische ontwikkelingen, terwijl de Koran geen
wijzigingen toelaat. Volgens Toynbee staan de
moslims in hun verdediging hiertegen
met de rug tegen de muur. Op zo’n uitdaging, zegt Toynbee, zijn twee soorten
reactie mogelijk:

= de reactie van de Zeloot (de fanaat,
fundamentalist, terrorist) die meent dat hij God moeten redden in plaats van omgekeerd.
Uiteindelijk vernietigt hij zichzelf want het is een zwakte die zich alleen kan
handhaven met de macht van wapens en
onderdrukking.

= de reactie van de Herodiaan, die het
succesmodel imiteert, de eigen spontaniteit onderdrukt en het initiatief smoort.

In beide reacties dreigt de tolerantie voor
minderheden af te nemen. In beide gevallen trekt de begeleidende beschaving
zich terug en zoeken minderheden een veiliger toekomst.

Tot
volgende week. Arnout