Wist je dat het Midden Oosten vanouds het knooppunt was van internationale handel.

Waar karavans dienden voor transport, dienden bazaars als centra voor handel en industrie. Dat waren de markten van de grote steden zoals in Istanbul, Cairo, Mossul, Baghdad, Aleppo, Damascus enz. Maar ook dozijnen kleinere steden kenden bazaars (Arabisch: “souq”) als centra voor hun economische activiteiten en nieuwsvoorziening.


Kooplieden mogen Armeniërs zijn, moslim, jood of christen, de bazaarpraat weet dat precies, naar buiten maakt het weinig of geen verschil. Men woont hier niet, men werkt er. Hier wisselt men bazaarpraat uit, hier gaat het nieuws als lopende vuurtjes rond: van zonsopgang tot zonsondergang en zo nodig zelfs langer. Verordeningen, die de beroepsuitoefening in zo’n souq regelen zijn er nauwelijks. Ook gilden waren en zijn er onbekend.
De kopers vertegenwoordigden alle nuances van het mengelmoes van volkeren die in het Midden Oosten naast en door elkaar leefden in minderheidsgroepen binnen een overwegend moslimcultuur. Er waren geen speciale bazaars voor christenen of joden. Dat was één van de verworvenheden van het Ottomaanse imperium: één grote handelsvrijheid, zonder grenzen, met overvloedige markten en talrijke karavaan- en scheepvaartroutes, alles toegankelijk voor iedereen.

Tot volgende week . Arnout Gischler

Je wordt automatisch geattendeerd via email en mijn blog is ook bereikbaar via mijn website www.arnoutgischler.nl