A.D.1062. dus 33 jaar vóór de oproep van Urbanus II. hadden de burgers van Amalfi (aan de golf van Salerno ten zuiden van Napels) een goed doel voor ogen: een hospitium voor hun eigen pelgrims in Jerusalem. Dat eiste veel voorbereiding,( uitvoerig in mijn boek. De Levant, hfdst.14) De keuze viel op een plaats naast de Statie van Veronica aan de Kruisweg, waar de Egyptische gouverneur van de stad, Aladin, mee instemde. Voor juridische bescherming zorgde de Benedictijnen die geaccrediteerd waren bij de chalief in Cairo, toen soeverein over Palestina. Ook de tijd leek er rijp voor. Christenen waren er veilig. De chalief van het Fatimiede vorstenhuis in Cairo werkte nauw samen met Byzantium om het lucratieve christelijke pelgrimsverkeer in stand te houden. Maar nog geen tien jaar later kondigde zich of een nieuwe ramp aan: de Seldjuken, een agressieve Centraal Aziatische volksstam van Turkse origine, onder hun veldheer Alp Arslan, overspoelden het Midden Oosten. In 1071 versloegen zij het Byzantijnse leger onder keizer Romanus in het grensgebied van Armenië. Daarna viel hun oog op het rijke Levantijnse kustgebied. Zij kregen zelfs Jerusalem twee keer even in handen maar de Fatimiede chalief wist hen er weer uit te gooien en redde de christenen. Toen Alp Arslan stierf en zijn zoon Malik Sjah het overnam was het elan er uit. Zonder discipline en soldij begonnen zijn troepen te muiten en te roven. Vandaar de oproep van paus Urbanus in Clermont in 1095. De Levant steden durfden zij gelukkig niet meer aan maar op het Anatolische platteland (het huidige Turkije) creëerden zij chaos. Dorpen werden geplunderd en uitgemoord, pelgrims werden gemolesteerd. (Recentelijk vielen de kruisvaarders van Peter de Kluizenaar hen ten prooi bij Nicaea). Het hospitium van de Amalfitanen, de Hospitaliers, kreeg het druk: verpleging en verzorging van al wie Jerusalem kon bereiken. Niet alleen Amalfitaanse pelgrims! Toen het leger van Godfried van Bouillon overgave van de stad eiste had de nieuwe gouverneur Iftichar al’Daula geen keus. Hij liet alle christenen vertrekken en sloot de poorten. Zo vielen de Hospitaliers in de armen van Godfried. De stad kon het beleg niet weerstaan en viel 15 juli 1099. Alleen Iftichar al’Daula en zijn staf kreeg vrijgeleide Alle andere moslims werden vermoord (zie vorig blog). Zij waren christenvrienden . . . geweest.

De “vervloekte” Turken, die paus Urbanus op ’t oog had (de Seldjuken), waren er al lang weg.

Als we NU maar niet weer een zelfde vergissing maken. Tot volgende week. Arnout.