In mijn blog no. 19 stelde
ik de vraag hoe
de erfgenamen van Karel de Grote en Haroen al Rashid zouden omgaan met de macht
die hen zomaar in de schoot viel? Welnu, de vluchtige kijk van onze laatste
blogs op De kruistochten geeft misschien al een antwoord. Zij waren bedoeld om het
Heilige Land te verlossen van moslims. Het omgekeerde gebeurde. Toen de
kruistochten eindigden was het hele Midden Oosterse christendom onder controle
van de Islam. En dan niet de autochtone Islam, geleid door afstammelingen van de
Profeet: de christenvriendelijke Omayaden, Abbassieden en Fatimieden. De nieuwe
machthebbers waren afkomstig uit centraal Azië: de Seldjoeken en later de Othmanen (Ottomanen),
Turkse volkstammen die onderweg naar de rijke Middellandse zeekusten, waren
geïslamiseerd. Hun moslim voorgangers, verzwakt door onderling geharrewar,
hadden zij overwonnen, ook de kruisridders, die zich nu definitief moesten
terugtrekken. Hun onneembare burchten moesten zij opgegeven. Hun settlements van
meerdere generaties werden ontruimd, de inwoners verkocht als slaven. Sommigen,
ondergedoken, werden Levantijn.

De stad
Constantinopel bleef nog even in christelijke handen. In 1453 veroverde de
Ottomaanse sultan Mehmed de stad. Onder de nieuwe naam Istanbul werd het de
hoofdstad van een rijk dat zich zou uitstrekken naar het noorden tot aan de
Donau, oost tot de Caspische zee, zuid tot de Indische Oceaan en de Nijlvalei,
en west langs de Afrikaans Middellandse Zee kust tot de Atlantisch Oceaan. De
nieuwe heersers, de Ottomanen, werden deskundige bestuurders. Zij verleenden de
onderworpen autonome bevolkinggroepen (waaronder de joden en de diverse
christelijke denominaties) een grote mate van zelfbestuur. Daarmee beleefde de
Levant en het hele Nabije Oosten een periode van vier eeuwen vrede en rust. Wel
bleef het verlies van zelfstandigheid knagen aan de eerzucht van de autochtone
Arabische moslims. En de tijd dat Karel de Grote op zijn verjaardag een olifant
kreeg van zijn collega Haroen al Raschied, was definitief voorbij. Tot volgende
week, Arnout