Van
verschillende kanten bereiken mij vragen
of deze blogs niet te lichtvaardig voorbij gaan aan de positieve invloed van de
kruistochten op onze westerse beschaving. Immers: toen zij begonnen was West
Europa net bezig zich uit de donkere
middeleeuwen los te wurmen. De centra
van beschaving lagen in het Oosten: Constantinopel en Cairo. Toen zij eindigden
gingen de ogen van West-Europa open voor een hervatting van de oude beschaving
die met het Romeinse Rijk verloren ging: de Renaissance. De schakel daartussen
was de kruistochten periode. Dan kunnen wij er toch niet aan voorbij gaan om
een verband te zoeken tussen die schakel en dat enorme verlichtings proces in
West Europa.

Dat is juist. Daarom
onderstaande verklaring.

Moderne historici zien dat
verband niet in de kruistochten maar in impulsen die al eerder begonnen:
in de Spaanse eruditie en in de
mediterrane handelssteden. Vooral die laatste, zoals Genua en Venetië, verdienden
veel geld met hun monopolie op deze Levant specialisatie.

Steven Runciman, schrijft in The Crusades, Book V, Epiloog, chapter
II Summing-Up: “We cannot assign
any direct part in this development to the Crusades themselves.”
Wel noemt hij als mogelijke culturele
verrijking van Europa door de kruistochten: “kastelenbouw, misschien de spitsboog
en waarschijnlijk een verhoging van de levensstandaard door terugkerend
strijders als gevolg van het meerdere comfort waaraan zij in de Levant gewend
raakten, zoals b.v. huisvesting, kleding en voedsel. Daarnaast hebben de
kruistochten in politiek opzicht een duidelijk invloed gehad: het verschafte
zinvol werk voor de krijgszuchtige ridders/edelen die tot dan onder elkaar op de
vuist gingen Door hun afwezigheid kwamen de monarchiën in rustiger vaarwater.
Dat werkte op de langere duur dan weer in het nadeel van de pauselijk macht.

Ik
hoop hiermee een antwoord te geven op jullie zeer welkome reacties.

Tot
volgende week, Arnout