Toen kwam de
eerste wereld oorlog. Turkije koos de kant van
de ‘Centralen’ (Duitsland en Oostenrijk/Hongarije), regelrecht tegenover
Frankrijk en het consulaat moest worden gesloten. George Picot verstopte het
manifest in de kanselarij overtuigd dat de oorlog niet lang zou duren en
Frankrijk zegevierend zou terugkeren in de Levant.

In die tijd was Ahmed Jemal, een wrede Pasha, de gouverneur
van de provincie Syrië inclusief het Arabische schiereiland. Onder zijn bevel
stond ook een groot contingent Turkse troepen, maar de tegenstand was groot. De
druk van de Engels opruiïng vanuit Egypte (met Lawrence van
Arabië) gaf een extra impuls aan de opstandige Levant. Met ijzeren
vuist probeerde de Pasha de herriehaarden de kop in te drukken. Juist toen werd
het geheime manifest, ondertekend door de 33 Arabische intellectuelen, ontdekt.
Een tolk van het Franse consulaat in Beirut, Philippe Zalzal, was door de
Turken gevangen gezet in Damascus. Om zichzelf eruit te redden vertelde hij
Jemal Pasha over het manifest, hoe de Fransen het verstopt hadden in een
spouwmuur van het consulaat, achter de zware bureautafel .

Voor de wrede Pasha waren alle 33
vrijheidsstrijders terroristen en in alle wellust kon hij daar zijn woede op
botvieren. Zevenentwintig van hen waren moslim, zes waren christen. In
groepjes van acht tot elf werden zij in 1916
eerst gruwelijk gemarteld en toen opgehangen drie uur ’s nachts op de Place des
Canons (sindsdien Place des Martyrs) in Beirut

Tot volgende
week, Arnout