Het initiatief en de uitwerking
van een wereld omvattende League of Nations (Volkenbond), was te danken aan de
Amerikaanse president Woodrow Wilson. Democraat, progressief en sociaal voelend
had hij de Verenigde Staten buiten de oorlog weten te houden tot 1917. Toen werd de druk van Wall Street en de
industriëlen te groot en sloot hij de USA aan bij de geallieerden, niet alleen militair maar ook in verantwoordelijkheid voor
een rechtvaardige vrede. Dat maakt het begrijpelijk dat in nov.1918 de uitgeputte “Centralen”
(Duitsland -Oostenr.-Hongarije) zich tot hem wendden voor een wapenstilstand. Bij de vrede van Versaille, 1919, werd zijn
League of Nations officieel bekrachtigd. In 1920 kreeg Wilson de Nobelprijs voor de Vrede.

Toch was de L.o.N. als instrument voor herstel
en handhaving van vrede verre van
perfect. Bepalend was de Bondsraad, bestaand uit drie permanente leden: Frankrijk, Engeland,
Italië (Japan zou er pas in 1926 bij komen). Daarnaast werden vier wisselende leden gekozen voor
vier jaar , vooreerst: België, Brazilië, China en Griekenland, landen die voor
de overwinning hun verdiensten hadden bewezen. De besluiten van de Raad moesten
uiteraard goedgekeurd worden in de voltallige Bondsvergadering. Die bestond bij
de oprichting uit 42 leden en groeide uit tot max. 58 (ter vergelijking: de
huidige United Nations telt er 193). Daarin
was veel verloop. De Sovjet Unie werd jarenlang geweigerd evenals de overwonnen
“Centralen”. Bijna de helft
van alle volken was nog gekoloniseerd en
niet zelfstandig vertegenwoordigd als soevereine natie. De mandaten die
oprichterslanden op zich namen voor de begeleiding van bepaalde “volken”
naar soevereiniteit gaven geen garantie. De Nederlandse vertaling “Volkenbond”
is dus misleidend (daarom gebruik ik
liever de Engelse benaming League of Nations). En Tenslotte lukte het Wilson
helaas niet zijn eigen land mee te krijgen als “founder nation”, noch
als lid. De isolationisten overtuigden
de meerderheid in “The House” dat zelfs lidmaatschap
onconstitutioneel was. Daar kwam nog bij dat in USA de republikeinen afstevenden
op een grote overwinning en in nov. 1920 met overweldigende meerderheid de republikein Harding tot president kozen.

Dit alles maakte de vrede
van Versaille voor de verliezers tot een wrange kuur waarin de eerste ministers
Lloyd George en Clemenceau het voor het zeggen hadden. Ook in het Midden Oosten. Tot volgend weekend, Arnout.