Met de
vrede van Versaille 1920 namen Engeland en Frankrijk mandaten op zich ten
behoeve van volken waarvoor bij voorbaat de nationale grenzen waren
vastgesteld. Voor het Midden Oosten waren dat de gebieden vanaf de Middellandse
Zeekust tot Perzië. De Sykes Picot lijn was de grens tussen Engels en Franse
belangen. Ten noorden van die lijn zouden twee naties ontstaan onder Frans
mandaat: Libanon en Syrië. Ten zuiden drie onder Engels mandaat, van west naar
oost: Cis-Jordanië (aan deze, = west, kant van de Jordaan, = ~Palestina), Trans-Jordanië (= ~het huidige
Jordanië), Mesopotanië (= ~het huidige Iraq).

De mandaten
hielden in dat de controlerende grootmachten naar beste weten en kunnen de
belangen van de inwoners zouden behartigen in de begeleiding naar hun
soevereiniteit. En daar stond, met name wat
betreft Palestina, de Balfour belofte: “His Majesty’s government views with favour the establishment in
Palestine of a national home for the Jewish people, and will use their best
endeavours to facilitate the achievement of this object” lijnrecht tegenover. De locale, daar sinds eeuwen
wonende, bevolking was niet geraadpleegd. De moslim regio was er niet in
gekend. In de League of Nations was nog geen enkel overwegend moslim land vertegenwoordigd.

De Engelse regering trachtte zich er uit te redden met
de aanvullende verklaring: “it being clearly
understood that nothing shall be done which may prejudice the civil and
religious rights of existing non-Jewish communities in Palestine . . .”. Ook de christelijke belangen zouden gewaarborgd blijven. Maar hoe zou Engeland dit alles waar kunnen
maken, wanneer het een gebied dat nu bewoners toebehoort zomaar weggeeft.

Toch had de westerse bevolking er merendeels vertrouwen
in. Zelfs Lawrence van Arabië, schreef
in 1920:

“Als
de Joden terugkeren naar het land dat zij vroeger bewoonden, zullen zij alle
wetenschappelijke en technische kennis van Europa meebrengen. Als de Joden
succes hebben, zal het onvermijdelijke gevolg zijn dat de Arabieren met enige
vertraging op hetzelfde niveau zullen komen. Dit kan grote gevolgen hebben voor
de toekomst van de Arabische wereld. De technische kennis kan zo vooruit gaan
dat men niet langer afhankelijk is van de Europese industrie. De regio kan dan
een grote rol in de wereld gaan spelen”.

Tot
volgende week, Arnout