Egypte
bleef tot 1932 nog formeel een autonome provincie van Turkije. Maar sinds Napoleon zich
teruggetrokken had in 1798 had Engeland het we voor het zeggen en beschouwde
Egypte als protectoraat. Het voerde een nieuw regeringsstelsel in. Alle ministeries kregen Engelse adviseurs,
het leger een Engelse leiding. De Pasha werd gepromoveerd tot koning maar de
baas bleef de Engelse Consul Generaal, een functie die de titel ver
overschreed.
Het zelfde deden
zij met het mandaatgebied TransJordanië. Het zware kaliber van een directe nazaat van
de Profeet werd aangesteld als emir en na W.O.II
met soevereiniteit opgewaardeerd tot koning. Zijn gezag leek sterk
genoeg om de claims te kunnen opvangen van de, nog onmondige, versplinterde
bevolkingsgroepen.
Mesopotanië
(later Iraq) onderging hetzelfde lot. Ook hier zetten de Engelsen een Arabische
koningszoon op de troon en ondersteunden hem met bewindvoerders en legerleiding van Engelse
keuze.
Deze drie
landen werden door Engeland in de League of Nations geloodst, Iraq en TransJordanië
in 1932, Egypte in 1937, hoewel ze formeel nog niet soeverein waren. Dat
gebeurde trouwens ook met o.a.. India en Zuid Afrika, die via Engeland ook lid werden van de
League of Nations in resp. 1922 en 1920. Daarmee vermenigvuldigde het aantal stemmen onder controle van the British Empire, waarmee
het deelnam in de League of Nations. Pas na de
Tweede Wereld Oorlog zouden zij
allemaal de echte onafhankelijkheid bereiken en navenant stemmen in de
Verenigde Naties en in de Veiligheidsraad., hetgeen de wereld sedertdien totaal
veranderde.
Alleen Cis
Jordanië (= ~ Palestina) bleef tussen de twee wereldoorlogen formeel en de facto onder Brits bestuur. De belofte van
Balfour aan de zionisten, de toezeggingen aan de Arabieren, de verplichtingen
aan de Islam en het eigen Engelse christennbelang wrochtten daar een broeinest van complicaties, waar zelfs de Britten
niet goed raad mee wisten..

Tot volgend
weekend, Arnout