September 1939 verklaarden
Engeland en Frankrijk de oorlog aan Hitler Duitsland.
In
Holland ging het leven gewoon door, alsof er niets akeligs op komst was, alsof
ook volgende generaties weer min of meer dezelfde dingen zouden gaan doen,
dezelfde boeken zouden lezen, dezelfde zekerheden zouden koesteren met dezelf­de
gezapige voldaanheid. Van vader hoor­den wij echter wat er achter de schermen
in Duits­land gebeur­de en dat klonk niet bemoedigend. Hij ging er regelmatig
heen. De Van Ommeren binnen­vaart­tankers op de Rijn, de Elbe en de Donau,
werden druk in de vaart gehou­den. Hij vertelde hoe joodse kennissen uit hun
bedrijf en beroep werden gemani­pu­leerd. Velen waren al eerder uit Duitsland
weggetrok­ken. Nu was dat al niet meer mogelijk. Toch probeerde hij nog een
keer de joodse vrouw van een Duitse collega reder over de grens te smokkelen.
Zij moest dan doorgaan voor moeder, die ook op vaders paspoort stond
ingeschreven.
Dialo­gen werden inge­studeerd om bij de Duitse grens­controle
geloof­waar­dig over te komen. Moeders
zenuwen werden minstens zozeer op de proef gesteld als die van haar dubbel­gang­ster
die moeders naam, geboor­te­plaats en datum, adres­sen, familie­namen enz. uit
het hoofd moest leren. Dat was niet gemakkelijk, want moeder was geboren diep
in de rimboe in een Portugees/Afrikaanse kolonie met moeilijke namen (blogs
7&8)
In Osnabrück kwam het ‘Sicherheits’-team in de trein
met hakenkruizen op de uniformen. Ook vader moest zijn paspoort laten zien. Zij
wilden meer gegevens en vader zei tegen ‘zijn vrouw’, die tegenover hem zat:
“geef mij mijn tas eens even aan”, wijzend op het bagagerek boven haar. Toen
greep zij per abuis een verkeerde tas. Een andere reiziger begon te protesteren
en automatisch excuseerde zij zich in zo’n vlot Duits dat de beambte vroeg of
zij Duitse was. Dat leidde even de aandacht af van de verkeerde tas maar
kweekte een nieuw scenario, waarin niet was voorzien. Vader stond op om zelf
zijn tas te pakken en zij ging gewiekst door: “Mijn ouders waren
Auslandsdeutschen, uit onze voormalige Duitse kolonie in Afrika”.
Inmiddels
zocht vader de vereiste papieren, terwijl de beambte moeders Afrikaanse
geboorteplaats probeerde te spellen zoals die in vaders paspoort was
bijgeschreven. “Ach,
lassen Sie’s nur”, zei de beambte, toen hij er niet uitkwam en gaf het paspoort terug: “Heil
Hitler!” en liep door. In Bentheim stapten de controleurs weer uit . De trein
reed het veilige Nederland binnen. Maar dat Hitler aan de andere kant van de
grens een schaam­te­loos regiem gevestigd had, dat was wel duide­lijk. Zijn
hysteri­sch gegilde toespraken over de radio zagen wij niet alleen als pot­sierlijk
maar vooral als ongemanierd. Hij annexeerde het ene grensgebied na het andere, zogenaamd op verzoek van de
Duits sprekende bewoners en lijfde zelfs heel Oostenrijk in. Hoe konden de
Duitse mas­sa’s zich door zo’n hufter laten meeslepen. Daar konden de groten,
Frankrijk en Engeland, toch paal en perk aan stellen! Maar vader zag het dreigender in. Het werd hem steeds moeilijker het neutraliteits imago te
handhaven met zijn kantoren en tankerschepen in Frankrijk, Duitsland en Engeland.
Tot volgend
weekend, Arnout