In de steek
gelaten door hun westerse landgenoten ontvluchtten duizenden joden continentaal
Europa en zochten hun heil in Palestina.. Hoeveel honderdduizenden
geloofsgenoten het slachtoffer waren geworden van Hitlers vernietigingskampen
was nog niet bekend. De westerse schaamte daarover bood een dekmantel van
sympathie voor het joodse streven.

Aan
westelijke kant stak alleen het Engelse mandaat nog een spaak in het wiel. Immers : “nothing should be done which could prejudice the civil and religious
rights of existing non-Jewish communities in Palestine”. En de Arabische wereld wilde uiteraard van geen
wijken weten.

Het zionistische streven kende nu geen
remmen meer. Gesterkt door militaire ervaring opgedaan in de geallieerde
oorlogvoering, waarin joden een vurig aandeel hadden, begonnen hun militante
groepen terroristische aanvallen op hun tegenstanders: de Arabische wereld en
Engeland. Ze veroverden de Palestijnse steden Haifa en Jaffa onder Engelse
controle, bliezen het King David Hotel op in Jerusalem (het Engelse militaire
en bestuurlijke hoofdkwartier), vermoordden in Jerusalem de Zweedse diplomaat Folke
Bernadotte, die door de V.N Veiligheidsraad was aangewezen als bemiddelaar. De
Engelsen sloten inkomende zeeroutes af om illegale wapenaanvoer te
onderscheppen.. Overvolle scheepjes met nieuwe immigranten waren ook de dupe ,
meerdere vergingen in stormen (zoals nu in omgekeerde richting de Arabische
vluchtelingen).

De Amerikaanse president Harry Truman
stelde zich op ten gunste van het joodse belang en maande zijn Engelse
collega Clement Attlee tot hetzelfde. De U.S Minister of State (Buitenl.Z.), George C
Marshall ontraadde het hem: “het kost de Ver. Staten een langdurige vijandschap
met de Arabische wereld en een Joodse Staat te onzen laste”. Truman hield
vol. De verkiezings campagne voor zijn tweede termijn was in volle gang en de joodse steun had hij nodig. Attlee zwichtte;
vroeg beëindiging van het mandaat aan en droeg de last over aan de V.N. Engeland was uitgeput , de schulden
onoverzienbaar.

Sept. 1947 slaagde
de V.N. resolutie181 met de nodige
2/3 meerderheid ter verdeling van het Palestijnse
land tussen Joden en Palestijnen.

Van de
totaal 58 leden waren er 56 aanwezige, allen met gelijk stemrecht.

De uitslag
als volgt: vóór 33 (o.a. Ver Staten, Rusland,Frankrijk, Nederland) Onder
de voorstemmers waren Liberia, Ecuador, Costa Rica, Dominic. Rep., Guatemala,
Haïti, Nicaragua, Panama, Paraguay, Peru, Uruguay, een gretige prooi voor de
joodse lobby en het Amerikaanse geld.

Tegen 13
(w.o. moslim landen, Griekenl., India, Cuba)

Onthoudingen
10 (w.o. China , Engeland., maar haar
mandaatgeb. Z-Afrika stemde vóór.)

Tot
volgende week, Arnout.