In Nederland begon het Midden Oosten vanaf de oprichting
van de staat Israël weer zichtbaar te worden en meer dan dat, men had de indruk
eindelijk iets van dat “gehannes” daar te kunnen begrijpen. De
geluiden die tot de westerse media doordrongen waren immers van de bewoners
zelf in die regio, van ooggetuigen die
appelleerden aan ons bevattingsvermogen, die ons in onze eigen taal aanspraken,
als westerse mensen, zoals “jij” en “ik”, mensen van ons eigen cultuurpatroon,
mensen die onze buren konden zijn geweest, mensen ook waaraan wij
schuldgevoelens hadden van wat er met hen gedurende de oorlog was gebeurd. Nu
hadden zij een plek gevonden in het land waar hun verre voorvaderen eens
leefden in een periode die gegrift stond in onze Heilige Schrift. Nu kwam het allemaal samen in een Beloofd
Gebeuren, geholpen door die gedreven mensen zelf, die daar een nieuwe
nationaliteit bouwden. In hun gastvrije land kreeg het Westen een illustratieve
uitkijkpost van waar het Westen zelf, vanuit een herkenbare optiek, een blik
kon werpen op dat exotische en toch zo verwarrende Midden Oosten. De kibboets en toerisme voor jeugd en ouderen
werden een begrip van saamhorigheid. Kortom niet alleen Hollanders, maar de
hele westerse wereld leerde het Midden Oosten kennen door de ogen van Israël.

En dus ook met de inkleuringen en vooroordelen die daar in verweven werden.

Tot volgende week, Arnout