Het was 1956 toen ik mij in het Midden Oosten vestigde, in Beirut. Voordien had ik vijf jaar voor de Standard Oil Co. gewerkt in Nederlands Indië, waar ik van zeer nabij aan de overdracht van soevereiniteit naar het nieuwe Indonesia had meegewerkt (zie mijn boek “de Sirenen, Illusies in Oorlogstijd”).

Reeds vijf maal had de KLM mij in het Midden Oosten doen landen. De eerste keer, (jan. 1947) met hotel overnachtingen in Cairo, Bangkok en Singapore.. We vlogen langs de Himalaya onder de hoogten van hun toppen want er waren nog geen drukcabines, het land onder ons redelijk zichtbaar. Het had mij zo gefascineerd dat ik in 1952 ter afscheid van Indonesia met een vriend de terugreis ondernam per auto, beginnend in Calcutta, via het toen rumoerige Zuid Azië tot in Jerusalem 1952., een reis van vier maanden. Die fascinatie leidde daarna tot contact met Oppenheimer Casing Co. Door hen werd ik, gedurende 3 jaar, in hun bedrijven in Schotland, Londen, Chicago en Hamburg voorbereid tot hun vertegenwoordiger in Het Midden Oosten met standplaats in Beirut.

Bij mij aankomst daar zag de Levantijnse situatie er als volgt uit.

In de kaart van 1947 is duidelijk te zien hoe kwetsbaar beider posities waren, met name op de twee kruispunten. Die kwetsbaarheid wist Israël op te heffen toen het (mei 1948) de aanvallende Arabieren terug sloeg. (zie kaart 1949). Jordanië ontfermde zich toen over de droeve resten van wat Palestina heette, inclusief de historische stad Jerusalem.

Een volgende militaire ingreep vanuit de Levant vond plaats in 1950. De oorzaak was de nationalisatie van het Suez kanaal door de nieuwe militaire regering van Egypte. Nu waren Engeland, Frankrijk en Israël de aanvallers. Zij heroverden Het Kanaal. Maar toen greep president Eisenhower in. “Terug!!” had hij gezegd. Alle drie luisterden naar een stem met gezag en dropen af. Egypte behield Het Kanaal en kukelde victorie.

Met de sterke hand van een onpartijdige president van een machtig USA zag het er korte tijd naar uit dat vrede in de Levant zou zegevieren. Maar die illusie was van korte duur.

Tot volgende week, Arnout