Een belangrijk vooroordeel
dat van meet af aan de kijk op het Nabije Oosten vertroebelde was de Israëlische gedachtegang over de
autochtone bevolking van Palestina.
= die bevolking bestond nauwelijks, zei men.
Palestina was immers dunbevolkt.
= en wat er dan woonde waren Arabieren en die
hoorden in Arabië thuis.

Ik leerde hen kennen toen
zij in de jaren vijftig als verdrevenen
opgevangen werden in kampen door de UNRWA , de UNITED
NATIONS RELIEF AND WORKS AGENCY FOR PALESTINE REFUGEES, let
wel: “Vluchtelingen van Palestina”. Van een homogene Palestijnse volk was nog
geen sprake. Iedereen identificeerde zich met zijn etnische afkomst: Griek, Druuz, Pers, Egyptenaar,
Koerd, , Arabier, Armeniër, Turk, Europeaan; soms met een religieus accent: Jood, Maroniet, Orthodox, Anglicaan,
Katholiek, Moslim: Soenniet, Shi’iet , Wahabiet. enz. en voelde zich gewoon inwoner van dat
Palestina., het aantrekkelijkste en dichtst bevolkte land in
de regio. Hun kinderen konden zich de
luxe van die diversiteit al niet meer veroorloven. Zij zaten nu allemaal in
dezelfde boot als vluchtelingen.

In de brandend hete laagvlakte van de Dode
Zee bekeek ik hun lot. Honderden kinderen, van ongeveer 10 tot 16 jaar, jongens
en meisjes, schuifelden over de stoffige rechte wegen in kleinere en grotere
groepen, ook dikwijls alleen, met een boek in de hand zoals paters hun brevier
lezen. Zo deden zij hun huiswerk uit lesboeken
die zij van school meekregen. Hun tenten of betonnen huisjes te klein, te warm om
het in uit te houden, de gezinnen groot. Daarom leerden de scholen hun
leerlingen zo hun huiswerk te doen, na schooltijd in de late namiddag, wanneer
de zon niet meer zo fel is. Het was trouwens niet ongezond ook. En zo te zien deden
ze het heel gemotiveerd en met een ernst die elders in de Arabische wereld ver
te zoeken is?

Mijn vraag: hoe is dat mogelijk bij
zoveel tegenspoed..

– Dat
zit ingebakken in hun bakermat, de geografie van de Levant. Die creëert een
mensensoort die je langs de hele oostelijke Middellandse Zeekust aantreft,
duidelijk anders dan de ascetische cultuur aan de woestijnranden. Zij zijn ambitieuzer en beter geschoold dan
de bewoners van het schrale Arabische
achterland. De welvaartslat ligt er hoger. Zij zijn zoals de meeste
kustbewoners: internationaal georiënteerd, vooruitstrevend en openstaand voor
moderne invloeden. Hun Jaffa sinaasappel is bekend in de hele wereld, hun
heilige steden trekken christenen, moslims en joden. En wat hun levenslust
betreft die gedijt vanzelfsprekend in het milde en weelderige klimaat van de
Levant kust.

– En wat geeft deze jeugd nu dan nog de
inspiratie en de moed om zo vol te
houden?

Daarover
de volgende week. Tot dan, Arnout