Met de volkerenmoord op de Armeniërs, die
in April 1915 in het Ottomaanse Turkije begon, verloren ± één miljoen mannen,
vrouwen en kinderen het leven (van de totaal 1.265.000 ingeschrevenen in de
Turkse bevolkingsregisters).
Daarmee zette de 20ste eeuw in
als de eeuw van vluchtende massa’s, door
verdrijvingen, massacres, progroms, genociden. Allemaal in de
verwachting dat daarmee obstakels voor de eigen vrede en welvaart uit de weg zouden worden geruimd.
Meestal loopt het anders, vooral in
moderne dagen waarin de hele wereld meekijkt en publiciteit aan de haal gaat met
het vóór en tegen van eigenmachtig optreden.

Armeniërs vormen een intelligent volk, met eigen taal en
oud-christelijke cultuur. Ingeklemd tussen de onderling steeds strijdende machtsblokken
Turkije, Perzië en Rusland hebben duizenden in de loop der eeuwen voor emigratie gekozen, zowel binnen het grote
Ottomaanse Imperium als daarbuiten wereldwijd. Daarom zijn er gelukkig nog
genoeg Armeniërs overgebleven. De Armeense genocide wordt gezien als een van
de eerste moderne genociden
vanwege de georganiseerde wijze waarop de moorden werden uitgevoerd. Het is de,
in omvang tweede, meest bestudeerde en
even afgrijselijke genocide na de Holocaust.

Sinds 1990 is Armenië eindelijk een soeverein land en sinds
2001 lid van de Raad van Europa (voor uitvoerige informatie zie Wikipedia)

Te zelfder tijd
ondergingen ook Asyrische christenen het genocide lot (Noord Mesopotamië, honderd duizend slachtoffers) en de Pontische
Grieken (Zuid-Oost hoek Turkse Zwarte Zeekust, 300 000 slachtoffers).

Waaruit ontstond
deze explosie van onmenselijkheid en dit alles binnen het overwegend rustige, Ottomaans
Turkse Imperium.
Hierover volgend weekend, Arnout.