Even een anekdote: Luïza, was 3 toen zij in 1897 terecht kwam bij haar ongetrouwde tante in Nederland. De overgang had niet groter kunnen zijn, vanuit de wildernis van de Portugese Congo naar een bovenhuis in Amsterdam. Haar moeder, Afro-Portugees, was overleden bij de misgeboorte van haar tweede kind. Het besmettingsgevaar van de zwaar tuberculose vader, een Hollander, was de oorzaak dat hij zijn dochtertje niet bij zich kon houden. Zijn verbanningsoord werd Lissabon, tien jaren lang, totdat hij in 1907 terugkeerde naar Nederland om daar te sterven. De prentkaart, iedere week, van haar vader uit Lissabon werd Luìza ́s houvast. Een dikke album met nu versleten linnen kaft waarop geborduurd in fraaie krulletters “PORTUGAL” is de getuige. Een jongere zuster van haar vader was getrouwd met het hoofd van de particuliere Vrije School in Amsterdam. Je zou zo zeggen . . . maar niks hoor, daarvoor was Luïza niet echt blank genoeg. Het schoolbestuur van deze `betere’ school durfde zelfs deze kleurling niet toe telaten, bang om een precedent te scheppen.

Dat was Nederland , eind 19e- begin 20e eeuw. Die discriminatie heeft het Islamitische Midden Oosten nooit gekend. Maar laten wij voorzichtig zijn met een oordeel over ons eigen landje in die dagen.. Het verhaal van Luïza is nog niet af.

Tot de volgende week. Arnout Gischler

Je wordt automatisch geattendeerd via email en mijn blog is ook bereikbaar via mijn website www.arnoutgischler.nl