29 oktober 1956 trok
de 202e Paratroop Brigade onder commando van kolonel Ariel
Sharon
vanuit de Sinai Egypte binnen, recht op het kanaal af.
Twee dagen later bombardeerden Franse en Britse vliegtuigen de Egyptische
vliegvelden in de kanaal zone. In Cairo
ruziede Nasser hevig met zijn militaire bevelhebber, Amer. De laatste was van
mening dat zijn pantser eenheden de Israëlische opmars konden terugdrijven.
Nasser vreesde dat Frans/Britse inname van Port Said de Egyptische troepen in de Sinai zou
insluiten. Hij beval terugtrekking op
het kanaal en liet 400 000 geweren uitdelen aan vrijwilligers om militia’s te
vormen ter verdediging van het Poty Said. Toch slaagden de Frans/Britse troepen
er in de stad grotendeels in te nemen.

In New York vergaderde de Veiligheidsraad zonder resultaat
want ieder voorstel tot terugtrekking
van de invasietroepen werd geveto’d door
Frankrijk en Engeland. Dit veroorzaakte geweldige weerstand in de Algemene
Vergadering. Daar werd met 64 vóór, 5 tegen (Australië, New Zealand, Engeland, Frankrijk en Israël) en 6 onthoudingen,
uiteindelijk een Amerikaanse resolutie aangenomen: terugtrekking van alle
troepen, uitwisseling van krijgsgevangenen, opening kanaal voor alle
scheepvaart. Dat lukte slechts onder grote druk van, Nehru, Lester B. Pearson (Canada) en de Secretaris-Generaal van de V.N., Dag Hammarskjöld, en vooral van Eisenhower.
Engeland kwam namelijk door de stremming van Het Kanaal onmiddellijk finantieel
klem te zitten, zocht steun bij IMF en die steun werd door Eisenhower
tegengehouden. Zo ging Engeland door de knieën en moesten Frankrijk en Israël wel volgen.

Nasser jubelde
en prees Eisenhower voor diens steun. Om het kanaal te openen moesten eerst
alle wrakken gelicht worden. Dat zou hem ruim
tijd geven om zijn overwinning te vieren.

Voor de Common Wealth en Engeland een
prestige verlies dat zij niet meer te boven zouden komen.

Tot volgend weekend, Arnout