En weer zou
Eisenhower ingrijpen, twee jaar later 1958 en ik stond erbij:
Voor de
westerse wereld is het belang van Libanon in de 20ste eeuw
toegenomen door de constructie van twee pijpleidingen van Iraq en Saudi Arabië
naar de Libanese havens Tripoli en Sidon (Saida”.
Zo begint
het rapport over de landing van het U.S. Marine Corps in de Libanon crisis van
juli – oktober 1958 geschreven door Jack Shulimson, Histotrical
Branch, G-3 Division , Headquarters,
U.S. Marine Corps.

Nsser’s succes in de Suez crisis maakte
hem enorm populair in de hele Arabische wereld. Syrië en Yemen hadden zich al formeel onder Nasser bij Egypte aangesloten. Ook
in Libanon had hij grote aanhang maar de christenen waren weer fel tegen hem.
Chamoun, president van Libanon, een ijdele, laffe man vreesde een ramp
wanneer de onenigheid ook het leger zou
aantasten en vroeg hulp van Amerika. Om een strikte neutraliteit te handhaven
greep zijn generaal Fuad Chehab alleen in voor zover dat nodig was om
essentiële verbindingen open te houden en om uitvallen van de pro Nasser relschoppers aangespoord vanuit
Syrië te verhinderen. De USA ambassadeur liet op 14 mei weten dat Libanon alleen hulp zou moeten inroepen als
zijn soevereiniteit ernstig in gevaar kwam . . . . en niet met het doel om Chamoun in het zadel te houden.
Maar toen kwamen de dramatische
ontwikkelingen van 14 Juni in Iraq.
Een coup d’ état door brigadier
Abdel Karem Kassem wierp de Iraqese regering omver. De jonge koning Faisal werd
vermoord, de premier Nuri Saïd werd op de vlucht gedood. Het Baghdad Pact lag
in scherven. Koning Hussein van Jordanië vreesde voor zijn troon.

Dit alles overrompelde Washington (The Iraqi
revolution caught official Washington by surprise)

Men had problemen verwacht in
Jordanië,
misschien in Libanon, maar niet in Iraq.
Het eerste nieuws over de omwenteling
bereikte Washington op 14 juli, om 0300 (Washington tijd) in onsamenhangende
rapporten. Maar tegen de ochtend werd de situatie duidelijker en om 0730 werd
President Eisenhower op de hoogte gebracht. De ‘Secretary of State’
(minister van B.Z.)
John Foster Dulles kwam op zijn bureau om 0815 voor een ‘intelligence
briefing’. De President ontbood de ‘National Security Council om 0930: Secr. Of
State, Dulles, Vice President Richard Nixon. Generaal Nathan Twining,
voorzitter van de ‘chiefs of Staf’ voegden zich erbij om 1030. De ‘Secr. of
State’ gaf een overzicht van de situatie in het Midden Oosten en raadde aan
U.S. ‘militairy forces’ te landen in Libanon als antwoord op het dringende verzoek van President Chamoun. President
Eisenhower stemde er mee in dat actie moest worden genomen. De zitting
duurde tot 1230. Om 1430 ontbood de President de Republikeinse en
Democratische leiders van het Congres en vertelde hen:
– Ik heb overleg gepleegd met mijn
mensen hier en in de ‘National Security
Council’ maar ik moet er de nadruk op leggen dat nog geen
beslissing werd genomen. Ik geef u de pro’s en con’s maar benadruk ook dat een besluit in de
onmiddellijke toekomst moet worden
genomen . . . binnen één of twee uur!”
Generaal
Twining liet hem om 1643 weten dat de gezamenlijke chef staf unaniem van
oordeel was dat er onmiddellijk moest worden ingegrepen, waarop de President
zich tot de generaal wendde en zei:
“ All right we’ll send them in, Nate, put it into
operation”.
E
n
het bevel ging uit naar de Sixth Fleet.

Vervolg
volgend weekend, Arnout