De president van de Libanese Republiek,
grondwettelijk altijd een Maroniete Christen, wordt door het parlement voor
uitsluitend één termijn van 6 jaar gekozen. De termijn van president Chamoun
liep in Sept. 1958 af. Verkiezingen voor een opvolger moesten in Juli afgerond.
Maar Chamoun greep de burgeroorlog aan om verkiezingen uit te stellen en langer
aan te blijven. De veel sterkere en populairder generaal Chehab was zijn
candidaat opvolger. In tegenstelling tot Chamoun had hij, evenals de
Maronitische Patriarch Méouché, een genuaceerder kijk op de positie van Libanon
in de Arabische regio.

Dit ter verduidelijking van het
verdere rapport over de landing van het U.S. Marine Corps in de Libanon crisis
van juli – oktober 1958 geschreven door Jack Shulimson:

Generaal Chehab schrok wakker en realiseerde
zich welke giftige gevolgen dit kon hebben voor opstandelingen die het zouden
uitleggen als een Amerikaanse provocatie
(w
aarschijnlijk zag
hij er ook een goede kans in, gezien zijn presidentschap kandidatuur, om het
initiatief van de huidige president Chamoun te blokkeren) en stapte op hoge poten naar de Amerikaanse Ambassadeur McClintock om
de debarkatie onmiddellijk te doen stoppen. McClintock stuurde zijn Naval
Attaché, Baker
, naar de landingplaats om
daar de bevelvoerend officier, kolonel Hadd, op de hoogte te stellen van de wens
van de Libanese leger generaal Chehab.

Van
zijn kant liet Chamoun

via zijn minister van B.Z. aan Ambassadeur
McClintock weten dat hij bericht had gekregen dat hij
15 juli, om 1500 uur, vermoord zou worden en hij verzocht de
Ambassadeur om een compagnie Mariniers te doen sturen om het presidentiële paleis te beschermen. McClintock
stuurde nu zijn militair attaché naar de landingplaats om kolonel Hadd op de
hoogte te stellen van de wens van de president. Daarop ging Chehab weer naar
kolonel Hadd om te zeggen dat zijn leger sterk genoeg was om die bescherming op
zich te nemen.

Via McClintock, de Naval Attaché
Baker, de Commodore McCrea, de Admiral Brown, kreeg Pres. Eisenhower, 16 Juli 900 Washington tijd, te horen
kreeg dat zijn commandanten ter plaatse verzeild raakten in het lokale Libanese
politieke geharrewar en zond Robert D. Murphy
om te bemiddelen tussen, de U.S. troepen, de ambassade
en de Libanezen: Chamoun, Chehab en het parlement

Murphy slaagde er snel in het
parlement te overtuigen dat steun voor de persoon van Chamoun beslist niet de
Amerikaanse bedoeling was. Daarmee
stelde hij Saeb Salam, de leider van de opstandelingen gerust
. Salam stopte zijn obstructie en
was zelfs bereid ook zijn belangrijkste medestanders in de opstand te
overtuigen het gesprek te hervatten.

Dat leidde
tot het besluit om het parlement weer bijeen te roepen voor de verkiezing van
een nieuwe president. Op 31 julli werd dat Fuad Chehab. Op 23 september 1958
zou hij aantreden, de regie had hij al in handen. Zíjn Libanese leger had zijn
integriteit behouden.

De 6de
Vloot had de rust hersteld en kon vertrekken. Dat werd begin augustus in werk gezet
en was op oktober 1958 voltooid.

Tot
volgend weekend, Arnout.