Het Midden Oosten méér dan NU. (76)

Bijgaand een tekening van het authentiek Libanese huis waar ik met Fransje en twee (later drie) dochters de bovenste verdieping bewoonde: ± 160 m2 plus twee grote en enkele kleine balkons; 41/2 m hoge plafonds; vierhoekig marmeren trappenhuis ; marmeren vloeren. Indeling vanuit de voordeur: ontvangst ruimten incl. logeerkamer.
Daar voorbij toegankelijk alleen voor het gezin: slaapkamers, badkamer, keuken en op halve kamerhoogte daarboven kamertje voor huishoudelijke hulp met wasgelegenheid.

De huiseigenaar, een “malekiet” (aanhanger van het orthodoxe, Byzantijns keizerlijke christendom, malek = koning of keizer) De halve straat is van hem en naar hem genoemd; een vriendelijke grijsaard, hoffelijk en erudiet. Hij woonde tegenover ons in een patiowoning omringd door tuin. Een luxe die weinigen zich nog konden veroorloven want de grondprijs loopt daar op tot equivalent van duizend €/m2, Vandaar dat van de halve straat alleen zijn woning en ons drieverdieping huis nog laagbouw is. De expatriates en welgestelde Libanezen willen niet meer in een oud huis wonen, zonder lift, centrale verwarming en AirCo. Ons huis hield de eigenaar nog aan omdat parterre een oude tante woonde en 1e verdieping een aangetrouwde neef huisarts met familie.

Maar eigenlijk had ik met dit blog iets anders voor ogen, namelijk onze, of beter gezegd Fransje’s, huishoudelijke hulp: Juliette, een Assyrische christen, een vrolijke en toegewijde meid van eind 20, die de woning schoon hield, kon koken en op onze meisjes paste wanneer wij ’s avonds laat thuis kwamen. Dan sliep zij in dat kleine optrekje half boven de keuken.

Haar vriendin had een vriend die in Amerika goed geboerd had en die nu de vriendin kwam ophalen om te trouwen en mee terug te nemen naar Amerika. Maar !! . . . Toen bleek dat hij een moslim achtergrond had. De hele familie begon te steigeren inclusief onze zachtmoedige Juliette. Het einde was dat de vriendin van het vier-hoge balkon sprong in het klein straatje waar de Assyrische christenen wonen. Zo bedreigend is zo’n inbreuk op de nipte christen meerderheid in Libanon en de kleine eigen identiteit daarin. Daar klonk het fanatieke geschreeuw van Abdul Nasser’s Pan Arabisme even giftig als Hitler’s hysterische radiospektakels destijds bij ons.

Tot volgend weekend, Arnout