In
Jerusalem kreeg ik eens een verzoek van het Hellem Keller House of een van hun
mensen met mij mee terug kon reizen naar Beirut. Mijn passagier was de
bibliothecaresse van hun braille bibliotheek, Leila, een erudiete blinde vrouw
wier ouders in Beirut woonden. Zij vulde de reis met een boeiende conversatie. Wij
hadden het o.a. over de politieke situatie van Libanon:
– Méouchy (de Patriarch van de Maronieten) wil, net als
de nieuw gekozen president Chahab, een Libanese rol in de Arabische wereld, zei
Leila. Dat is onze markt. Dat is ons achterland. Daar vandaan komen onze
toeristen. Dat is ons taalgebied. Daar luisteren ze naar onze radioberichten
en daar lezen ze onze kranten. Hij wil niet dat Libanon dat
verliest en zich afzet tegen de Arabische wereld. Vandaar dat hij niet afkerig
staat tegenover de Arabische Unie.
Maar wel tegen de manier waarop
Nasser de Palestijnen tegen ons opzet, die hem alleen steunen omdat hij zegt de
zionisten weer uit hun land te gooien. Hij appelleert gewoon aan de emotionele gevoelens
van de meeste Arabieren.

Benoem die gevoelens eens, vroeg ik.


Ze zijn altijd bedrogen: eerst door de Ottomaanse Turken, toen door de
Engelsen, toen door de Volkerenbond die in 1919 zomaar hun land opdeelde in
nationale brokken . . . je kan beter
zeggen: nationale illusies, deels mandaat gebieden, zelfs kolonies, zoals
Palestina, terwijl de belofte was dat de Geallieerden de aanspraak van de
Arabieren op hun land, dat 450 jaar onderworpen was geweest aan de Turken,
zouden erkennen. En daarna door de Verenigde Naties die daar uit nog eens een
hap grond van de beste kwaliteit gunden aan het zionisme.

Maar de individuele aanspraken van sjeichs en mufti’s en patriarchen en
potentiële koningen maakten in eerste instantie Geallieerd toezicht praktisch
onontbeerlijk, opponeerde

ik.
Dat kan zo zijn. Maar je vroeg mij de emotionele gevoelens te benoemen.
Dat is wat anders dan een rationele kijk op de gebeurtenissen.

En kan je me nu een rationele indruk geven waartoe die emotionele gevoelens zullen
leiden
.

Ja, dat kan ik wel: tot een heleboel ellende.

Ach Leila, dat klinkt niet vrolijk.

Je vraagt er om. De consequenties worden gevoed door boosheid, woede zelfs, en
dat leidt tot overschatting van kracht. Daarmee zullen foute beslissingen worden
genomen. Abd’ul Nasser charmeert de Amerikanen en krijgt hun steun en wapens.
Hij vleit de Russen en krijgt hun wapens. Met die wapens laat hij zich gelden
als Saladin bij het boze publiek dat nu Israël kiest als metafoor van alle
bedrog. Maar met al die wapens en al die publieke boosheid is hij nog lang niet klaar . . . ben
ik bang.

Toch is er sinds Saladin niemand meer geweest die zozeer het hele Arabische
volk, zowel de intelligentia als de massa’s, wist te inspireren als Nasser. Als
hij zijn wekelijkse radiotoespraak houdt staan de mensen in de straten stil om
te luisteren, tot in de steegjes van Sa’udi Arabië dat toch geen vriend van hem
is.

– Weet ik wel, zei Leila, om met Saladin
vergeleken te worden is geen kleinigheid. Zelfs door zijn tijdgenoten, ook
Christenen, wordt hij beschreven als dapper, rechtvaardig, mild en edelmoedig

En nu Abd’ul Nasser, zei ik. Wat kan je
van hem vertellen
?

Hij heeft de hele Egyptische koningskliek, allemaal pionnen van het Westen, er
uit gegooid, het Suez kanaal onder Egyptische controle gebracht. De Engels,
Frans, Israëlische poging om daar tegen op te treden verijdeld en het Arabisch
nationalisme gereanimeerd. Samen met
Jawaharlal Nehru in India, Sukarno in
Indonesia en Tito in Yougoslavië vormt hij
nu een derde macht, als een neutraal blok tussen het westerse imperialisme en
het communisme van Rusland en China. Daarmee ondersteunt hij nationaal
bevrijdingsstreven van Patric Lumumba in de Congo en Kwame Nkrumah in Ghana tot
Castro in Cuba.
– Dat is toch niet mals! Waarom verwacht je dan
zoveel ellende?

De cohesie tussen onze nationale regimes
stelt niets voor en het volk is als het zand van onze woestijnen. De heuvels
die de wind de ene dag maakt zijn de volgende dag alweer weggeblazen. Er zit geen
structuur in. Teveel fundamentalisme dat denkt dat we met schreeuwen en de
Koran als schild Israël er wel een keer uit kunnen drijven.

– Maar Egypte heeft toch veel moderne wapens nu?

Hoeveel is dat echt! En wordt er wel mee geoefend? Weet je, Nasser is een
heleboel illusie. Hij is de baas van Egypte en pretendeert dat ook te zijn van
Jemen, maar inmiddels heeft Syrië zich alweer teruggetrokken uit de Verenigde
Arabische Republiek, waarvan hij de baas is. En nog hoopt hij dat de
geschiedenis vanzelf de rest van de overeenkomst met Saladin zal invullen en
dat hij de Israëliërs uit Palestina zal verdrijven.

Geloof jij er in dat de geschiedenis zich herhaalt, vroeg ik Leila.

Natuurlijk niet. Sommige overeenkomsten met vorige episodes lijken wel
markant
en in de grote bewegingen van civilisaties is stellig een wetmatigheid te
herkennen. Maar zelfs in Spengler’s Untergang des Abendlandes herken ik me
niet; te à prioristisch zegt Toynbee hierover.

Wat verstaat hij daaronder?

Dat Spengler te gemakkelijk de verwachtingen aanpast aan zijn theorie.

je doet me versteld staan met wat je daar allemaal van weet.
– Zoveel gelegenheid krijg ik ook niet om vreemden hiermee te imponeren, zei zij
met een lachje. En
nu als antwoord op jouw eerste vraag: eerlijk gezegd identificeer ik me meer
met de westerse wereld, zelfs met Israël, dan met ons Arabische achterland.

Tot
volgende week (en dan weer wat korter), Arnout