Met
een sterke man, exgeneraal Fuad Chehab, als president ging Libanon in oktober
1958 zes jaar van welvaart en economische groei in geaccepteerde neutraliteit tegemoet.
Dat was een hele prestatie in een regio met intern zoveel tegenstrijdigheden:
= eenerzijds
Abdul Nasser die de sympathie genoot van de grote massa’s.
= anderzijds de van
buitenaf opgelegde leiders, veelal prinsen en potentaten uit de oude regimes. In
ruil voor geld en wapenen waren zij bereid, in steeds wisselende
verbintenissen, zich te schikken naar het Pan-Islamisme van Saudi Arabië, of
het Communisme van de Russen , of de democratie en het zionisme van het Westen,
of de nostalgie van de Turken. Maar zij slaagden er steeds moeilijker in die
warwinkel van wensdromen en illusies te verkopen aan hun ondergeschikten.
Die
bevolking had slechts heimwee naar de vrije markten van weleer, de autonome
rechten die zij destijds verworven hadden, de privilegiën die zij genoten en de
leiders die zij zelf kozen. Uiteraard leefde er het besef dat de moderne wereld
andere eisen stelt en andere perspectieven biedt. Maar dan toch met uitzicht op
rechtvaardigheid die nu verdween in de hebzucht van hun meerderen en . . .in het
erbarmelijke lot van vluchtelingen dat begon met het verdrijven van de
Palestijnse bevolking.

En wat
er ook gebeurt in verdere toekomst, een onopgelost Palestina zal een
destabiliserend factor blijven voor de hele regio tot in lengte van dagen. En
wat ons daaraan blijvend herinnert zijn de zich steeds uitbreidende
vluchtelingen kampen waaraan ik in volgende blogs meer aandacht wil schenken: berooide
vluchtelingen,
schreef ik jaren
geleden in mijn website. Met duizenden bedreigen zij het welzijn van de
buurlanden. De oorzaken kunnen wij achterhalen. Terugdraaien lukt niet. De pijn
blijft en tart de grenzen van verdraagzaamheid. Hoe sterk is die
verdraagzaamheid en wat mogen wij daar nog van verwachten?

Het
antwoord hierop zien wij inmiddels met de dag

Tot
volgend weekend, Arnout.