In 1949 ontstond de United Nations Relief and Works Agency, UNRWA, ” . . . for refugees
whose normal place of residence was Palestine between June 1946 and May 1948,
who lost both their homes and means of livelihood as a result of the 1948
Arab-Israeli conflict.
” In 1967 werden ook slachtoffers van de West Bank en
Gaza daarin opgenomen en in 1982 breidde de U.N. General Assembly de UNWRA taak
uit tot “descendants
of Palestine refugee males, including legally adopted children.
” Daarmee
groeide het aantal vluchtelingen uit Palestina van 750 000 tot over de 5
miljoen. De slimsten en diegenen met een
internationaal netwerk, hoger
opgeleiden, christenen, vonden veelal een positie in de Arabische olielanden,
in Libanon of in een westers immigratieland. De achterblijvers meest moslim werden
opgevangen in Jordanië en in kampen in de buurlanden, hoofdzakelijk Libanon en
Syrië.
Omdat in
1950 Jordanië de West Bank (het nog overblijvende deel van Palestina inclusief
de oude stad Jerusalem) geannexeerd had kende men daar formeel geen vluchtelingen.
De kampen waren er echter nauwelijks beter dan in Libanon en Syrië , waar zelfs
geen uitzicht op burgerrechten bestond. Het werden broeinesten van frustratie. De
overheden hanteerden de illusie dat de
vluchtelingen t.z.t zouden terugkeren
naar hun geboorteland en lieten hen aan hun lot over. Israël beschouwde hen als Arabieren, die
gewoon terug moesten naar hun broertjes en zusjes in het Arabische achterland.
Zo ontwikkelden de kampen zich tot kampstaatjes met eigen bestuur en wetgeving,
rechtspraak, belastingheffing (uit UNWRA inkomsten) en bewapening, waar het
gastland eigenlijk niets meer te zeggen had. Het werden black holes voor de
legitieme wereld. Maar juist daar groeide de saamhorigheid. De grote
diversiteit aan etnische en religieuze achtergronden hield geen stand bij slachtoffers
die zich allen herkenden in het zelfde lot: zij waren verdreven uit Palestina,
waar zij zich in de loop van eeuwen gevestigd hadden. Daaruit groeide een Palestijns
volks gevoel: een “Palestijns Nationalisme”.

De gevolgen
waren explosief.
Daarover
volgend weekend. Arnout