Met begeleidende bombardementen door de luchtmacht en vanuit
zee door, de Israëlische marine trok het leger van 76 000 man, met
1249 tanks en 1599 pantserwapens, sept. 1982, Libanon binnen. De wegen in
het bergachtige land raakten onmiddellijk verstopt met lang
files, ten prooi gaande Palestijnen uit
omliggende kampen. Dat dwong tot heviger bombardementen van Israëlische kant. De Syrische luchtmacht, die
Francië met de resten van het nationale leger te hulp kwam werd
massaal afgeschoten. Het duurde weken i.pl v. dagen om het
bezettingsdoel te bereiken. De vernielingen tot en met Beirut waren gigantisch. De
daarop volgende bezetting door de IDF (Israël Defence Force), liep volmaakt
uit de hand. De poging een extreem christelijke president te installeren mislukte
want de gedoodverfde kandidaat werd vermoord. De Ver. Staten en
Frankrijk intervenieerden. Israël moest zich wel terug te trekken. In dat proces liet
het Israëlische leger toe dat de nog altijd helpende Falangisten zo veel
mogelijk Palestijnen konden vermoorden. Dat had tot gevolg dat in de
nacht van 17 op 18 september 1982 Israëlisch officieren stonden toe te kijken toen Falangisten onder het schijnsel van Israëlische lichtgranaten zo’n duizend Palestijnse mannen en jongens
afslachtten in de vluchtelingen kampen Sabra en Chatila vlak ten zuiden van Beirut. Toch was de ramp nog niet voltooid, noch voor Libanon, noch
voor Israël.

Daarover volgend weekend,
Arnout