Had de markt
een uniformerend effect, dan zorgde de wooncultuur voor de nodige variatie.
Want wonen deed men in zijn eigen religieuze of etnische buurt, duidelijk
afgescheiden van al die anderen waarmee men in de bazaars nauw samenwerkte. In
de woonwijk hield de uniformiteit op. Hier sprak men
zijn eigen jargon, zijn eigen taal; hier
at men wat de eigen etnische pot schaft; hier hield men zijn eigen religieuze
feestdagen met het eigen ceremonieel; hier kende men zijn eigen, veelal
hereditaire, leiders en zelfs dikwijls eigen rechtspraak. Dit alles blijft nog
lang de kern van de identiteit van de Midden-Oosterling. En voor het uitdragen
van die identiteit was er een eigen kledingstijl, verzorgd door eigen
kleermakers. Daarmee kon men, veilig en zonder risico’s, zijn religieuze of
etnische achtergrond kenbaar maken, ook in de bazaar, waar alles door elkaar
heen loopt: handelaren en hun klanten, boodschappers en winkeliers, mannen en
vrouwen, moslims, christenen, joden, Druzen, Koerden, Armeniërs, Grieken,
Egyptenaren, Turken, Perzen.

Tot volgende
week, Arnout Gischler

Je wordt automatisch
geattendeerd via email en mijn blog is ook bereikbaar via mijn website www.arnoutgischler.nl